Mars II

Mars II
Een catastrofe (handmade)

MARS II is een poëtisch relaas over de impact van catastrofes op ons denken. Ecologische rampen, economische crisissen en terroristische aanvallen lijken ons tegenwoordig voortdurend boven het hoofd te hangen. De hedendaagse westerse samenleving wordt wel eens omschreven als een ‘risicomaatschappij’: volkomen in de ban van risico’s, organiseert ze zich in grote mate om die te voorkomen. Hebben we als mensheid nood aan dergelijke verhalen, zoals een kind geniet van een griezelig sprookje? Onze focus op een bepaalde dreiging activeert ons immers ook: de angst voor een mogelijke ramp maakt ons gedreven om die met alle middelen af te wenden. In die zin is elk apocalyptisch scenario, hoe waarschijnlijk of onwaarschijnlijk ook, een soort seculier ‘memento mori’ – een herinnering aan onze sterfelijkheid.

Napels zien
Karl Van Welden’s fascinatie voor vulkanen voerde hem al naar de Vesuvius en de Etna in Italië, de Aso in Japan en de Kwah Ijen in Indonesië. Ook op anderen oefenen actieve en slapende vulkanen een grote aantrekking uit en vaak zijn het veel bezochte reisbestemmingen. De aantrekking van grote natuurkrachten en de mogelijke destructie die ze in zich dragen, heeft ook de 21ste-eeuwse mens niet losgelaten.
In de aanloop naar Mars II bezochten we Pompeï en Herculaneum, beide ten onder gegaan aan een uitbarsting van de Vesuvius. De bevolking van twee steden, verstikt door asregen en bedolven onder een lavastroom. Dankzij de 19de-eeuwse archeoloog Fiorelli zijn de laatste momenten van de inwoners in materie omgezet. Spookachtige afgietsels van lichamen, gestold in hun laatste beweging. Lichamen in rust en lichamen in verzet. Ze herinneren aan de marmeren figuren op middeleeuwse graftombes. Schone slapers of getormenteerde lijven, die de eros en de thanatos weerspiegelen van onze verhouding met het einde.

Vulkaanuitbarstingen wissen volledige steden van de kaart, maar tegelijkertijd maakt vulkanische as de bodem erg vruchtbaar. In Napels bijvoorbeeld, worden er nog steeds volop woonsten gebouwd en groenten verbouwd op de flanken van de Etna, ondanks het mogelijke gevaar. De Napolitaan leeft misschien wel vanuit een andere levenshouding dan de rest van de westerse wereld. Risico –hoe latent ook- vormt onderdeel van het bestaan, de gedachte aan de dood is deel van het dagelijks leven. Heel anders is het gesteld met onze ‘risicomaatschappij’: preventieprogramma’s, geneeskunde, verzekeringspolissen en health-and-safety regeltjes moeten de dreiging van catastrofes uitsluiten of op zijn minst uitstellen. In het aanschijn van de dood lijken we vaak alleen nog maar angstig en onvoorbereid.
Bovendien heeft de mens in de afgelopen twee eeuwen zijn wereld zodanig ontwikkeld dat rampspoed ook voortkomt uit bewegingen die wij zelf in gang hebben gezet. Klimaatverandering, wereldoorlogen, terroristische dreigingen en economische crisissen zijn voortvloeisels van het eigen menselijk handelen, al is de precieze impact vanwege de schaal vaak moeilijk in te schatten.

De muziek zonder ons

Samen met pianist Frederik Croene en geluidsontwerper Vincent Malstaf ging Karl Van Welden een muzikale zoektocht aan. Als artefact draagt de piano een groot stuk van de menselijke cultuurgeschiedenis in zich. Vanaf de uitvinding van de pianoforte in de 18de eeuw neemt het instrument een belangrijke plaats in het werk van componisten als Mozart, Haydn en Beethoven. In de negentiende eeuw is het een instrument dat in vele burgerlijke huiskamers terug te vinden is. Vooral jongedames brengen hun tijd door met het gedisciplineerde oefenen van pianospel. Op datzelfde moment vinden de industrialisering en mechanisering van het leven hun weg naar elk onderdeel van onze cultuur.
Ook naar de piano. De pianola, of player piano, wordt geboren in een hele reeks van andere automaten, van mechanische weefgetouwen tot schaakmachines. Dankzij een inwendige mechaniek kan de piano nu spelen zonder pianist. Die pianist verdwijnt uit de huiskamer, en later verdwijnt ook de piano zelf als hij achtereenvolgens wordt vervangen door grammofoon, radio, mp3-speler.
In die eerste pogingen tot automatisering slaagt de mens erin zichzelf overbodig te maken. Of op zijn minst: nieuwe vraagtekens bij zichzelf te plaatsen. Wat is de plaats van de virtuoze pianist tegenover de automaat die de perfectie zonder jaren oefening benadert? Als de machine elk denkbaar geluid kan produceren en elke noot in zuiverheid en perfectie kan laten klinken, wat is dan nog de menselijke scheppende kracht daarbinnen? De manmade machine dreigt zijn maker uit te wissen, maar creëert tegelijkertijd nieuwe mogelijkheden, andere gedachtegangen.

Fade to grey

Op 28 september 2015 heeft de NASA belangrijk nieuws. De ruimtesonde MRO (de volgende generatie machines) heeft vloeibaar water ontdekt op de planeet Mars. Daarmee komt er schot in de zaak rond een vraag die de mens al meer dan honderd jaar bezig houdt. Leven, zoals wij dat kennen, is immers enkel mogelijk bij de aanwezigheid van water. Maar die minimale sporen van water wegen niet op tegen constant woekerende zand- en stofstormen op de planeet. De woestijn, het braakland, de onvruchtbare grond. De invasie van stof die leven onmogelijk maakt.
De 19de-eeuwse smog boven Londen – roetdeeltjes van fabrieken vermengd met de mist van de Thames – culmineert in 1952 tot een catastrofe. In de Big Smoke laten om en bij de 4000 mensen het leven, 100.000 anderen kampen met ademhalingsproblemen. Het stadslandschap wordt uitgewist tot een donkergrijs panorama. De oude foto’s doen denken aan een asregen.

Stof en as herinneren al sinds bijbelse tijden aan onze sterfelijkheid. Maar ook voor de hedendaagse mens vormen ze een bedreiging, zelfs in hun meest banale vorm. Terwijl de stedelijke ruimte zich vult met smog en fijn stof, wordt de aandrang groter om de huiselijke ruimte ervan te vrijwaren. We weren stof uit onze woningen, in een verlangen naar hygiëne dat bijna moreel van aard is. Een stofvrij huis getuigt van werkvlijt en gezondheid. Een bestofte kamer is een spookbeeld uit een griezelfilm, een decor waarin kleuren vervagen en donkerte intreedt.
En we houden van griezelen. De gedachte aan een wereld zonder ons is tegelijkertijd huiveringwekkend en zinnenprikkelend. Een wereld als een monochroom schilderij van Malevitch. Vol en leeg, ontdaan van menselijke personages, maar handgeschilderd.